Comfory staat voor bier ontdekken .Comfory brouwt ,Comfory informeert ,Comfory ontdekt.
Zoveel glazen per week drinkt een Nederlander
% Schuim heeft een goed tapbier
% van NL is trots op Nederlands Bier
% van NL wil lokaal gebrouwen bier

Het basis ingrediënt voor bier is mout. De droging van de mout is erg bepalend voor de kleur en smaak van het bier. 

Mout ontstaat door de ontkieming (vermouting) van gerst (Hordeum vulgare), welke een graansoort is. Naast gerst kunnen in principe alle graansoorten, tarwe, haver, rogge en gierst maar ook boekweit,tot mout worden omgezet, echter gerst heeft de meest ideale samenstelling van zetmeel en enzymen. Door het ontkiemen van de gerst wordt het zoeter en gemakkelijk te kauwen. Dit komt doordat enzymen in de gerst zetmeel bij het ontkiemen omgezetten in suikers. Wanneer de juiste verhouding tussen suikers en eiwitten is bereikt wordt bij het eesten de gerstemout gedroogd. Tijdens het latere maischen worden het overgebleven zetmeel omzet in suikers waaruit vervolgens alcohol wordt gehaald. Bij verschillende soorten bier horen ook verschillende soorten mout. De verschillen zijn afhankelijk van de droog methode van de mout, de snelheid en de temperatuur waarop het eesten plaats vindt bepaald de kleur van de mout (en vervolgens ook de kleur van het bier) zal worden. Deze kleur wordt gemeten in EBC. Hierbij wordt de kleur van de mout vergeleken met de kleur van concentraties jodium in water.

 

Enkele moutsoorten en hun verschillen:

  • Ambermout (55-65 EBC) dankt zijn naam aan haar kleur. Ambermout ontstaat bij een langzame droging bij een temperatuur van 140-150 °C. In veel gevallen is het ontkiemingsproces van ambermout volgens het broeimout proces uitgevoerd. Bij het maken van ambermout verdwijnen de meeste enzymen uit de mout, waardoor bij het brouwen altijd nog andere moutsoorten gebruikt moeten worden voor het maken van bier. De ambermout wordt veelal uit wintergerst gemaakt en heeft een droge en biscuitachtige smaak.
  • Biscuitmout (50-70 EBC) dankt zijn naam aan de smaak en het aroma. Biscuitmout heeft een granaat-bruine kleur. Ondanks de lichte roost bevat biscuitmout geen enzymen meer en moet daarom met andere mout soorten verwerkt worden. Biscuitmout wordt toegepast in sommige Pilsnets, Ales, Amberbieren, Triples en Blondes.
  • Broeimout (30-40 EBC) wordt tijdens het ontkiemingsproces niet gekoeld waardoor de temperatuur hoog oploopt en er niet altijd verdere droging van de mout nodig is. Door de broeiconditie wordt de mout al donker tijdens het ontkiemen en wordt ook het zogenaamde meellichaam grotendeels afgebroken. Omdat het meellihaam al het zetmeel en eiwit bevat en tijdens het mouten ook veel enzymen verloren gaan, is het niet mogelijk om met enkel broeimout bier te brouwen. 
  • Caramelmout of aromamout (90-150 EBC) wordt gedroogd op 175 °C, is iets donkerder dan ambermout en heeft een lichtbruine kleur. Het geeft bier een volle, moutsmaak en is terug te vinden in bijvoorbeeld bockbieren.
  • Chocolade mout (1100-1300 EBC) is pils- of lagermout dat geroosterd wordt op 225 °C. Alle enzymen gaan tijdens het roosteren verloren waardoor het dus altijd voor het brouwen altijd met andere moutsoorten vermengd zal moeten worden. Chocolade mout geeft tonen van roodfruit en biscuit en wordt gebruikt als smaakmaker. Daarnaast zorgt het voor de donkere kleur van stout bieren, donkere ales en bockbieren en geeft het bier een droog karakter.
  • Destillatiemout, de naam zegt het al, wordt speciaal voor sterkere dranken geproduceerd. Om zoveel mogelijk enzymen te bewaren wordt de temperatuur tijdens het ontkiemen en het drogen zo laag mogelijk gehouden.
  • Groenmout wordt na het ontkiemen niet gedroogd, zodat alle enzymen nog aanwezig zijn. Omdat het niet gedroogd is bederft het snel en wordt daarom dagvers verwerkt.
  • Kristalmout (90-175 EBC) is een variant op de groenmout. De mout wordt niet gedroogd, maar direct geroosterd in twee verschillende stadia die bepalend zijn voor de kleur van het eindproduct. Kristalmout wordt gebruikt voor kleur regulatie en om het bier een zoeter karakter te geven te geven. Kristalmout is met name geschikt voor lager, pils en ale.
  • Lagermout (2,5-3 EBC) lijkt veel op pilsmout, echter het drogingsproces is anders en het mout heeft daardoor een iets lichtere kleur. Lagermout wordt ook wel als basis van andere moutsoorten gebruikt, waarbij de mout verder geroosterd of gerookt wordt.
  • Münchenermout (8-30 EBC) wordt zoals de naam al doet vermoeden, vooral verwerkt in Duitse bieren. De mout, meestal gemaakt van zomergerst, wordt gedroogd bij 100 °C, en wordt hierdoor maar licht gebruind. De mout heeft dan wel nagenoeg dezelfde kleur als lagermout en pilsmout, het heeft een veel sterkere geur en geeft het bier een moutachtigere smaak.
  • Pale mout (5-14 EBC) is een broeimout soort, en lijkt veel op pilsmout. Het wordt verwerkt in ales, een biersoort die veel op de Britse eilanden geschonken wordt.
  • Pilsmout (2,5-4 EBC) is een lichte moutsoort die in pils wordt verwerkt. Pilsmout wordt vaak als basis voor andere moutsoorten gebruikt, , waarbij de mout verder geroosterd of gerookt wordt.
  • Rookmout (8-30 EBC) heeft doordat het boven een open vuur van beukenhout gedroogd wordt een scherpe rokerige smaak. Door de scherpe smaak wordt er weinig bier gebrouwen met rookmout en wordt het vaak gemengd met andere moutsoorten om zo het bier een milder karakter te geven. Een voorbeeld van bier gebrouwen uit rookmout is Porter. 
  • Turfmout (8-30 EBC) is een rookmout soort en wordt ook wel whiskymout genoemd. Waar normaal rookmout gestookt wordt op beukenhout wordt de turfmout zoals de naam al doet vermoeden, gestookt op turf.
  • Witmout wordt in de buitenlucht, in de zon gedroogd. De mout is hierdoor heel licht en wordt vaak gebruikt voor de productie van witbieren. Door de lichte droging en de lastig stuurbare condities kan het voorkomen dat de groenmout, voor het goed gedroogd is, al bedorven is.
  • Zuurmout (1-10 EBC) bevat meer melkzuren doordat de mout langer geweekt wordt. Zuurmout wordt met name toegepast in brouwerijeren met een hoge water hardheid.
  • Zwartmout (1200-1600 EBC) is lager- of pilsmout dat bij een extra hoge temperatuur (hoger dan 200 °C) wordt geroosterd. Hierdoor krijgt het een donkere tot zwarte kleur De mout is net niet verkoold en dit is dan ook het lastige deel van de productie van zwartmout. Door de extra hoge temperatuur van de roostering zitten er geen enzymen meer in de mout. Ook de suikers zijn volledig gecarameliseerd en kan daarom niet meer tot alcohol worden omgezet. Bij het brouwen worden er slechts hele kleine hoeveelheden gebruikt en dit geeft het bier een specifieke, branderige smaak en donkerdere kleur. Een voorbeeld van toepassing van zwartmout is Stout.